Eerste dag in het ziekenhuis
De volgende ochtend stond Menno al vroeg bij ons bed. We kregen we de uitslagen van de eerste onderzoeken binnen. Haar ontstekingswaarden waren goed, geen hersenvliesontsteking maar ze had nog wel steeds koorts. Het hoesten en snotteren werd ook alleen maar erger. Hoogstwaarschijnlijk het RS virus werd ons verteld. Er was niet veel wat ze konden doen behalve ondersteunen. De voeding kreeg Sofie vaak via de sonde. Af en toe kreeg ze een flesje waar ze een paar slokjes van nam. Alles was vermoeiend.
In de dagen die volgden ging Sofie alleen maar achteruit. Na 2 dagen kreeg ze een neus brilletje met zuurstof. Een kinderarts kwam binnen en wou met ons praten. Er was iets opgemerkt aan Sofie en ze wouden dit bespreken. Er werd gevraagd andere professionals iets hadden gezegd over Sofie. Ik wist meteen waar het over ging. Het ging over haar oortjes. De schattige oortjes van Sofie staan gekanteld naar achteren.
De arts vertelde dat ze het vermoeden hadden dat Sofie iets syndroomaals had. Dit konden we uitzoeken maar eerst moet Sofie het RS virus overwinnen.
Rond dag 5 kreeg Sofie de optiflow.
Op de zondag gaf ik aan dat ik het gevoel had dat het niet goed ging met Sofie. Al waren haar waardes acceptabel. Soms voelde ik haar helemaal slap worden in mijn armen. Ze had behoorlijke intrekkingen en moest hard werken om haar lichaampje van zuurstof te voorzien. De verpleegkundige was het niet met mij eens en deelde mij mee dat ik het echt verkeerd zag.
In de avond kwam na de wisseling van dienst kwam de nachtzuster waarmee ik de afgelopen 2 nachtdiensten vaak mee heb gepraat. Sofie kon immers vaak niet slapen en moest veel uitgezogen worden. We hadden het ondanks de situatie vaak gezellig samen. Ze kwam gedag zeggen en keek naar Sofie en ik zag dat ze schrok. Ik gaf aan dat ik het gevoel had dat het echt niet goed ging. Snel haalde ze haar collega om Sofie samen te bekijken zodat ze in de nacht samen konden beslissen wat te doen in geval van verslechtering.
Die nacht zijn we heel veel wakker geweest en hebben we amper geslapen. Doods bang was ik. In de ochtend kwam een verpleegkundige die we ook al vaker hadden gezien. Ze deelde mijn zorgen en zou een arts aan de mouw trekken om naar Sofie te kijken. Sofie had nog steeds mooie waardes maar ze was zo uitgeput en moe. Met elke ademhaling zag je haar gehele lichaam meebewegen. Ze sliep eigenlijk alleen maar maar had soms ook wakkere momenten dat ze om zich heen keek.
De arts kwam langs en zag een volgens haar woorden een kindje die ziek was maar waar het niet heel slecht mee ging. De verpleegkundige vertelde dat Sofie zulke momenten had maar dat ze maar eens terug moest komen op de andere momenten. Intussen was geregeld dat de verpleegkundige die dag alleen voor Sofie zou zorgen. Ze drong aan op de dokter om Sofie later nogmaals te bekijken.
Toen de arts nogmaals kwam twijfelde ze wederom. Ze zou het overleggen met haar collega's. Uit dat gesprek kwam dat het misschien toch beter zou zijn om Sofie preventief over te plaatsen naar het UMCG en toen ineens haalde de tijd ons in......
Reacties
Een reactie posten